De nieuwe minister van huisvesting, de uit Ierland afkomstige Elanor Boekholt-O’Sullivan, gaat met de normen van een militaire missie de ‘huizencrisis’ te lijf. Na haar loopbaan bij defensie wil zij nu het tekort aan woningen met nieuwe vereenvoudigde eisen oplossen. Van de burgers wordt een soberder levensstijl verwacht: “Luxe kost tijd, en we hebben geen tijd.”
De plannen van de minister ontvouwt ze in een interview met The Guardian. Niet een Nederlandse, maar een Britse krant en niet in de Tweede Kamer, maar in de media. Pieter Omtzigt spreekt op X zijn verbazing uit over deze vorm van bekendmaking: “Een nieuwe minister presenteert plannen in de Kamer normaal gesproken Hier worden heel radicale plannen zonder scherpe vervolgvragen in een buitenlandse krant gepresenteerd. wat bedoelt ze met douchemuntjes, met niet altijd je apparaten kunnen aanzetten?”
Boekholt-O’Sullivan heeft naam gemaakt door militaire flakjacks opnieuw voor vrouwenlichamen te ontwerpen. De minister heeft geen enkele ervaring op het complexe dossier van volkshuisvesting.
The Guardian spreekt van “een dichtbevolkte natie van 18 miljoen mensen”, waardoor de huizenprijzen het afgelopen decennium zijn verdubbeld; in meer gewilde buurten zijn ze met 130% gestegen. Een nieuwbouwhuis kan 16 keer het gemiddelde salaris kosten. Aldus de krant.
De Nederlandse huurmarkt is verstopt, niet in de laatste plaats door de maatregelen van oud-minister De Jonge, waardoor veel huurwoningen in de verkoop gingen.
De wachtlijsten voor sociale woningen in de grotere Nederlandse steden, met name in Amsterdam, kunnen zich uitstrekken tot 10 jaar. Dat lijkt uitzonderlijk, maar wie 40 jaar geleden in Amsterdam een huurwoning wilde had een even lange wachttijd als nu.
Tijdens de verkiezingscampagne vorig jaar beschuldigde Rob Jetten andere partijen van een “gebrek aan moed en ambitie” en beloofde toen “10 nieuwe steden te creëren”. Het bleek anekdotisch bedoeld. Ook de nieuwe minister, ook D66, belooft weer het tekort aan woningen te gaan oplossen. Dat het tekort aan woningen mede veroorzaakt wordt door de aanhoudende immigratie, bij dalende geboorten van autochtone Nederlanders, vermeldt de linksliberale krant niet.
Een peiler van haar aangekondigde aanpak is versimpeling en uniformering van bouweisen. “Als je wilt dat er elk jaar 100.000 huizen worden gebouwd, zal dat niet werken als je ook wilt dat het perfect is – dus waar zijn we bereid om onze eisen te verwateren?”
Daarbij hint zij niet alleen op de woningen zelf, maar ook de levensstijl van haar toekomstige bewoners: “In het leger, vooral tijdens missies en inzet, zijn mensen veel sneller tevreden. Ik zorg ervoor dat ik kan eten, slapen, douchen, werken. We moeten weer eenvoudig zijn.”
De krant lijkt deze uitspraken wat radicaal en voegt daar een eigen relativering aan toe: “Haar opmerkingen kunnen degenen irriteren die vinden dat ze een legitiem recht hebben, in een van ’s werelds rijkste landen, op een fatsoenlijk en betaalbaar huis. Maar Boekholt-O’Sullivan vraagt mensen niet om hun normen te verlagen. Integendeel, ze vraagt om de systemen effectiever te maken.”
Toch bedoelt Boekholt-O’Sullivan wel degelijk dat ook de burger de broekriem moet aanhalen en minder eisen moet stellen. “Een eenvoudigere aanpak kan ook betekenen dat je de bevolking vriendelijk vraagt om een beetje op te geven in het belang van de gemeenschap.” In vergelijking met de rest van Europa genieten Nederlanders van meer ruimte, met een gemiddelde van 2,1 kamers per persoon vergeleken met het gemiddelde van 1,7. Ook hier luidt het onder covid zo sterk aangezette “we doen het voor elkaar”. Al heet het nu “in het belang van de gemeenschap”.
De gevolgen van de rampzalige energietransitie, die tot lager energieprijzen zou leiden, worden afgewenteld op de toekomstige bewoners: “Mensen moeten bijvoorbeeld ’s nachts de wasmachine aanzetten.” Dat lijkt een klein offer, maar met de komst van de ‘smart meter’ kunnen apparaten ook op afstand worden uitgezet. Bovendien worden ’s nachts de honderdduizenden elektrisch auto’s opgeladen. Ook in de nacht zal het net in toenemende mate worden belast.
“We kunnen allemaal, althans in Nederland, niet verder leven zoals we nu doen, in de veronderstelling dat iedereen nieuwe elektrische apparaten kan kopen en ze de hele dag kan inschakelen, wanneer ze maar willen”, zei Boekholt-O’Sullivan tegen The Guardian. “Het elektriciteitsnet kan dat niet ondersteunen, met de economie die ervan afhankelijk is, de ermee verbonden bedrijven, scholen, gemeenschappen, individuen. We moeten een volwassen gesprek voeren, een praktische benadering.”
Onlangs stemde Amsterdam in met drie nieuwe datacentra van Microsoft die net zoveel energie zullen verbruiken als een stad als Arnhem. Boekholt-O’Sullivan noemt dit niet.
Een D66-minister mag het klimaat en de angst voor rampen natuurlijk niet overslaan: “In Nederland vormt water een heel andere uitdaging: stijgende zeespiegels en extreme regenval betekenen dat maar liefst 60% van het land risico loopt op overstromingen.”
Het is duidelijk, het gedachtengoed van de Club van Rome, minder mensen op aarde en minder luxe, lijkt met deze D66-minister een nieuwe uitvoeringsfase in te gaan.

