Veel burgers delen dezelfde ervaring als ze op een gemeentehuis of provinciehuis hun lang voorbereide ‘5-minuten inspraak’ achter de rug hebben. Er komen weinig vragen. De aanwezige bestuurders en raads- of statenleden horen het aan: weer een burger die ons beleid komt afzeiken.
Statenlid van BBB in Zuid-Holland Heidi Looy schreef haar indrukken op Facebook over de reacties van haar collega’s op insprekende burgers.
Wij geven hier de tekst letterlijk weer.
Begin citaat:
Niet in hun achtertuin
Als Statenlid heb ik ruim zes uur bij de hoorzitting gezeten.
Zes uur luisteren naar inwoners die de moeite nemen om naar het provinciehuis te komen om hun zorgen te delen.
Laat ik daarmee beginnen: respect.
Oprecht respect voor iedereen die daar stond.
Maar wat mij het meest trof, was het verschil in toon.
Aan de ene kant de voorstanders. Koel, ingestudeerd, gelikt.
Pleitbezorgers van een systeem, verkopers van een verhaal dat tot in de puntjes klopt — op papier.
Aan de andere kant de inwoners.
Mensen van vlees en bloed. Met zorgen, met emotie, met een verhaal dat niet ingestudeerd is, maar geleefd.
En daar zit precies de kern.
Want terwijl er gesproken wordt over noodzaak en transitie, wordt er met het grootste gemak over de gevolgen voor mens, dier en leefomgeving heen gewalst. De impact van windturbines is groot — en dat voelen mensen. Niet in rapporten, maar in hun dagelijks leven.
Wat het extra wrang maakt, is de rol van organisaties die zich profileren als hoeders van natuur en leefomgeving.
Zij zijn vaak de eersten die zeggen dat het allemaal wel meevalt.
Dat de impact beperkt is.
Dat het nodig is.
Maar stel dan de simpele vraag:
waarom zien we deze turbines dan niet op hun eigen terreinen?
Dan wordt het stil.
Of volgt het bekende antwoord: “we moeten het nog onderzoeken”, “de impact is nog niet duidelijk”.
Precies.
Dus voor inwoners is de impact kennelijk geen reden tot terughoudendheid — maar voor deze organisaties wel.
Dat is geen zorgvuldigheid.
Dat is meten met twee maten.
Ondertussen draaien niet alleen de wieken, maar ook de regels mee met de wind.
Zoekgebieden verschuiven.
Afstandsbepalingen worden opgerekt of aangepast.
Wat gisteren nog onwenselijk was, is vandaag ineens bespreekbaar.
Voor inwoners voelt dat niet als beleid.
Dat voelt als willekeur.
En terwijl de besluitvorming nog loopt, gebeurt er iets wat misschien nog wel zorgelijker is.
Er worden al contracten aangeboden.
Grote bedragen, beloftes, verleidingen.
Nog voordat er een definitief besluit ligt.
En daarmee gebeurt precies wat je hoopt te voorkomen:
Buurten worden uit elkaar getrokken.
Mensen komen tegenover elkaar te staan.
Wantrouwen sluipt naar binnen.
Verdeel en heers.
Dit is geen eerlijke participatie meer.
Dit is druk zetten op gemeenschappen, nog vóórdat de politiek haar werk heeft gedaan.
En ondertussen blijft één ding opvallend onderbelicht: de impact op het leven zelf.
Op vogels die hun routes verliezen of worden geraakt.
Op vleermuizen die door drukverschillen sterven.
Op insecten die verdwijnen rond de turbines.
Op vissen en het onderwaterleven, waar trillingen en verstoring hun invloed hebben.
Het is onvoorstelbaar met welk gemak dit wordt weggezet als “beperkt” of “acceptabel”.
Maar voor wie?
Zeker niet voor de natuur die we zeggen te beschermen.
En zeker niet voor de mensen die er middenin leven.
Je ziet het.
Je hoort het.
Je voelt het.
Mensen die vechten voor hun leefomgeving.
Mensen die onder druk staan.
Mensen die er letterlijk aan onderdoor gaan.
Dit gaat allang niet meer alleen over energie.
Dit gaat over gezondheid, over leefbaarheid, over rechtvaardigheid.
Over hoe wij omgaan met mensen — en met de natuur — die geen stem hebben in spreadsheets en modellen.
En ja, er wordt gedaan alsof er geen alternatief is.
Alsof dit de enige weg is.
Maar dat is niet waar.
Er zijn alternatieven.
Alleen passen die niet in het verdienmodel van vandaag.
Ik heb het eerder gezien.
Op Urk en omgeving
Waar de horizon is veranderd in een bos van staal, kunststof en betonijzer. De impact op mens en dier, is te groot.
En waar uiteindelijk de rekening bij de inwoners zal komen te liggen.
Dat vooruitzicht hangt nu boven meer gebieden.
Daarom is dit geen technisch dossier.
En ook geen abstract debat.
Dit is mensenwerk.
En mensenwerk vraagt om zorgvuldigheid, eerlijkheid en respect.
Niet om wegkijken.
Niet om wegwuiven.
En zeker niet om:
niet in hun achtertuin — maar wel in die van een ander.
Einde citaat.
Commentaar
Het geklaag van bestuurders en politiek over ‘de boze burgers’ neemt groteske vormen aan. Dreigementen aan het adres van bestuurders worden als een vorm van terreur opgevat. Grote woorden worden dan gesproken: Blijf van onze bestuurders af.
Bedreigingen van bestuurders of raads- of statenleden zijn niet de manier om zaken te veranderen. Verharding van verhoudingen zijn het gevolg. Begrijpelijk is de boosheid van veel burgers wel.
„Het wordt een saaie dag”, zei een Overijssels Statenlid woensdagmiddag 18 februari 2026. Het was ‘inspreekdag’. Inwoners van Overijssel mochten hun zegje komen doen over de nieuwe visie van het provinciebestuur over hoe hun provincie eruit moet zien. En daar moeten wij het in Overijssel dan maar mee doen, statenleden die inwoners met terechte zorgen maar saai vinden? Zo lezen we in dit artikel.
Het geeft aan dat veel bestuurders en volksvertegenwoordigers hun passie voor de ‘publieke zaak’ uit het oog hebben verloren. We zien dat op alle niveau’s: Europa, Nederland, provinciaal en gemeentelijk. Internationaal, vaak heimelijk, afgesproken agenda’s worden rücksichtlos doorgedramd. De burger heeft het allemaal maar te slikken. Critici worden door geheime diensten in de gaten gehouden. Politie komt aan de deur als je online lucht geeft aan je boosheid.
De frustratie onder de bevolking neemt zienderogen toe. Een overheid die zijn kostbare energiebronnen met beton dichtstort terwijl de wereld zich in een historische energiecrisis stort. Of jaarlijks meer dan honderdduizend immigranten toelaat, met gemiddeld weinig perspectief op een zelfstandig bestaan en deels met een het Westen vijandige cultuur. En wat te denken van een overheid die overtuigd is dat oorlog ons veilig houdt, dat het censureren van kritische geluiden en het uitbannen van onwelgevallige politieke partijen de democratie dient. Of het afschaffen van het referendum.
De burgers zijn niet gek, de meeste in elk geval niet. De gierende kosten van levensonderhoud, de voortdurende belastingverhogingen, mensen zijn het zat, spuugzat. Weet iemand iets positiefs te noemen dat Den Haag voor de burgers van dit land heeft gedaan?
Als het dedain van bestuur en politiek niet verandert, dreigt ons democratische ordening vast te lopen in conflicten en confrontatie. Zelfs met hulp van de propagandistische media zal de boosheid alleen maar verder groeien.

